Naar hoofdinhoud

Afdeling III › Hoofdstuk 10

Artikel 10.1

Overgangsbepaling hulp bij het huishouden

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2009

1.. De belanghebbenden die op 31 december 2006 huishoudelijke verzorging op grond van de AWBZ ontvingen, en bij wie de indicatie doorloopt tot na 1 januari 2007, blijven minimaal hetzelfde niveau (klasse en product) van hulp bij het huishouden ontvangen als zij vóór 1 januari 2007 daadwerkelijk ontvingen, ongeacht de verstrekkingvorm, zijnde hulp bij het huishouden in natura. 2.. Lid 1 is alleen van toepassing indien uit de indicatie blijkt dat bij de belanghebbende sprake is van een minimaal gelijkblijvend, danwel verslechterd niveau van de medische beperkingen en er geen sprake is van een wijziging in of van de leefeenheid. 3.. Indien er sprake is van een niet aan de persoon met beperkingen verwijtbare tekortkoming in de voorafgaande indicatiestelling, uitgevoerd onder de AWBZ vóór 1 januari 2007, welke blijkt bij de gemeentelijke indicatie nà 1 januari 2007, dan wordt het niveau van hulp bij huishouden, zoals bedoeld onder lid 1, aan de persoon met beperkingen niet naar beneden aangepast, indien de resultaten van de indicatie zouden leiden tot voor de klant onredelijke en onbillijke gevolgen. 4.. Het blijven ontvangen van hetzelfde niveau van hulp bij het huishouden, zoals bedoeld in lid 1, geldt zolang onderhavige verordening van toepassing is met inachtneming van lid 3.

Rechtspraak bij dit artikel