Naar hoofdinhoud

Afdeling 1 › Hoofdstuk 4

Artikel 4.15

Afschrijvingsregeling

Onderdeel van Verordening individuele voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Kerkrade 2009

1.. De eigenaar-bewoner, die krachtens deze verordening, dan wel de aan deze verordening voorafgaande Wmo-verordening, een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget in de kosten van het treffen van een voorziening heeft ontvangen en die binnen een periode van vijf jaar na de datum van gereedmelding van de werkzaamheden de woning verkoopt, is gehouden om binnen een week na het passeren van de akte het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De als gevolg van de eerder genoemde verordeningen verstrekte financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget kan (deels) door het college worden teruggevraagd. 2.. De eigenaar en/of sociale verhuurder, die krachtens deze verordening, dan wel de aan deze verordening voorafgaande Wmo-verordening, een financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget in de kosten van het treffen van een voorziening heeft ontvangen en die binnen een periode van vijf jaar na de datum van gereed melding van de werkzaamheden de woning verhuurt c.q. verkoopt aan een nieuwe huurder/eigenaar zijnde een niet-Wmo-gerechtigde, is gehouden om binnen een week na de ingangsdatum van het nieuwe huurcontract of het passeren van de eigendomsakte, het college hiervan schriftelijk op de hoogte te stellen. De als gevolg van de eerder genoemde verordeningen verstrekte financiële tegemoetkoming of persoonsgebonden budget kan (deels) door het college worden teruggevraagd. 3.. De restitutie als bedoeld in lid 1 en 2 bedraagt: - voor het eerste jaar 100% van het verstrekte persoonsgebonden budget/de verstrekte financiële tegemoetkoming; - voor het tweede jaar 80% van het verstrekte persoonsgebonden budget/de verstrekte financiële tegemoetkoming; - voor het derde jaar 60% van het verstrekte persoonsgebonden budget/de verstrekte financiële tegemoetkoming; - voor het vierde jaar 40% van het verstrekte persoonsgebonden budget/de verstrekte financiële tegemoetkoming; - voor het vijfde jaar 20% van het verstrekte persoonsgebonden budget/de verstrekte financiële tegemoetkoming.

Rechtspraak bij dit artikel