Bij de beoordeling van de motivatie om een pgb te voeren wordt gekeken of:
de aanvrager, al dan niet ondersteund vanuit zijn sociaal netwerk, of diens (wettelijke) vertegenwoordiger, bekend is met het aanbod zorg in natura en zo ja, waarom hier niet voor wordt gekozen;
het uitdrukkelijk de eigen wens van de aanvrager is om een pgb te ontvangen;
de aanvrager, al dan niet ondersteund vanuit zijn sociaal netwerk, of diens (wettelijke) vertegenwoordiger, kan aangeven waarom deze een pgb wil;
de aanvrager pgb vaardig is, zoals bedoeld in artikel 13.2.
HOOFDSTUK 3:
Artikel 13.1