1. De belasting bedoeld in artikel 4, leden 1 tot en met 5 en 7, wordt geheven bij wege van
aanslag.
2. De belasting als bedoeld in artikel 4, lid 6 wordt geheven door middel van een
mondelinge dan wel een schriftelijke gedagtekende kennisgeving. Het gevorderde
bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke
kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.