Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4

Dialooggestuurde aanpak

Onderdeel van Beleidsregels Wmo & Jeugdhulp Gemeente Vlissingen

In de gemeente Vlissingen wordt uitvoering gegeven aan de dialooggestuurde aanpak. De professionals die hierin een rol spelen zijn bekend met de algemene en inhoudelijke uitgangspunten, waarden, gedrag en rollen zoals deze beschreven staat in het vastgestelde beleid van de gemeente Vlissingen. Zij zijn in staat om deze zichtbaar toe te passen in de uitvoering. Dit geldt voor alle betrokken professionals: iedereen die met betaalde inzet in het ondersteuningsplan genoemd staat, dus zowel de lokale toegang als gecontracteerde partners. Een dialooggestuurde aanpak vormt de basis voor het ondersteuningsplan (w.o. familiegroepsplan). De cliënt, het gezin en het betrokken netwerk krijgt zo de mogelijkheid om hun wensen, mogelijkheden en oplossingen vorm te geven in een (eigen) plan. De professional heeft procesvaardigheden en de juiste attitude om de eigen-kracht-oplossing van de cliënt en zijn netwerk te ondersteunen. Ook dit geldt voor alle betrokken professionals, maar vooral voor degene die het gezinssysteem ondersteunt bij het opstellen van het ondersteuningsplan. Degene die toegang verleent kan een medewerker van de lokale toegang zijn. De professional is in staat hierin te sturen en dit met respect voor en op behoefte van de cliënt af te stemmen. Uitgangspunt hierbij is dat de professional de aansluiting zoekt bij de sterke kanten van de cliënt en zijn betrokken netwerk. De professional signaleert en motiveert aan de cliënt en het betrokken netwerk, de redenen om af te wijken van de eigen wens en eigen oplossingen. De professionals zijn opgeleid conform de professionele standaarden van de betreffende beroepsgroep(en). Hiernaast verzorgt de lokale toegang een opleidingsprogramma. Dit is gericht op de werkwijze, functies en rollen zoals deze vastgelegd zijn in het vastgestelde beleid van de gemeente Vlissingen. Het opleidingsprogramma is verplicht voor iedere medewerker van de lokale toegang en kent onderdelen als gesprekstechnieken, oplossingsgericht werken, signaleren van kansen (eigen kracht) en dialooggestuurde aanpak. 4.5 De cliënt en de professionals delen noodzakelijke informatie. Het gaat hierbij om informatie die nodig is om de juiste hulp en ondersteuning toe te kennen of, later in het proces, indien mogelijk op- of af te schalen. Hierbij wordt niet gevraagd naar de diagnose. Er wordt wel in gesprek gegaan met mensen over welke betekenis dit heeft voor de zelfredzaamheid en participatie. Het doel hiervan is om te kunnen opvolgen of de situatie verbetert (in de Walcherse beleidskaders voor het sociaal domein is bepaald dat wordt opgevolgd of de hulp helpt) en om te kunnen opvolgen of er andere aspecten zijn die relevant zijn. Is er bijvoorbeeld sprake van mantelzorg die overbelast dreigt te raken? Zijn er andere problemen die negatief effect hebben op de ingezette ondersteuning en zorg? Zijn er zorgen over de veiligheid? Op grond van de beleidskaders is het de lokale toegang niet toegestaan om, zonder enig inzicht, toegang te verlenen en verder geen enkele actie te ondernemen. Dat betekent dat de lokale toegang, ook bij verwijzingen door derden (bijvoorbeeld huisarts, jeugdarts of medisch specialist) vragen stelt. Het gaat daarbij niet om de feitelijke diagnose of om medische informatie. Voor het uitvoeren van de taken heeft de lokale toegang de diagnose niet nodig. De lokale toegang stelt vragen om inzicht te krijgen of de situatie verbetert met het inzetten van hulp. Ook stelt de lokale toegang vragen om met de betrokken inwoners in beeld te krijgen of er andere vormen van ondersteuning nodig zijn, bijvoorbeeld ter ontlasting van de mantelzorgers. Er is voldoende vertrouwen in de indicering door de genoemde professionals. De lokale toegang stelt daar geen vragen over.

Rechtspraak bij dit artikel