Naar hoofdinhoud

Paragraaf 2

Artikel 6

Verplichtingen van de cliënt

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2007

1. Een persoon die door het college een voorziening wordt aangeboden is verplicht hiervan gebruik te maken. 2. Een persoon die deelneemt aan een voorziening is gehouden aan de verplichtingen die voorvloeien uit de wet, de IOAW, de IOAZ en de Wet Structuur Uitvoering Werk en Inkomen, deze verordening, alsmede aan de verplichtingen die het college aan de aangeboden voorziening heeft verbonden. 3. Onverminderd andere verplichtingen die gelden op grond van de wet of van andere wetten, bijvoorbeeld in verband met een uitkering die de belanghebbende ontvangt, gelden voor de belanghebbende de volgende verplichtingen: a. het verstrekken van de inlichtingen aan het college die nodig zijn voor het bepalen van een geschikt traject en/of een geschikte voorziening; b. het verlenen van medewerking aan een onderzoek als bedoeld in artikel 9; c. het naar vermogen uitvoering geven aan de verschillende onderdelen van het traject; d. na te laten hetgeen de realisatie van het doel van het traject of van de voorzieningen belemmert. 4. Indien een uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede en derde lid, dan kan het college de uitkering verlagen conform hetgeen hierover is bepaald in de Maatregelenverordening Wet werk en bijstand 2007. 5. Indien een persoon, niet zijnde een uitkeringsgerechtigde, die gebruik maakt van een voorziening, niet voldoet aan het gestelde in het tweede en derde lid, kan het college de kosten van de voorziening dan wel de subsidie geheel of gedeeltelijk terugvorderen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel