Naar hoofdinhoud

Paragraaf 3

Artikel 8

Algemene bepalingen over voorzieningen

Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2007

1. Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voorvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden. 2. Het college kan een voorziening beëindigen: a. indien de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 9 en 17 WWB, artikel 13 en 17 van de IOAW en artikel 13 en 17 van de IOAZ of in het tweede lid niet nakomt; b. indien de belanghebbende die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet; c. indien de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening; d. indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling van de belanghebbende; e. indien belanghebbende niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening. 3. Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in paragraaf 3 van de verordening, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op: a. de vooraarden waaronder een voorziening wordt aangeboden; b. de weigeringgronden bij het aanbieden van voorzieningen; c. de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of - vaststelling; d. de aanvraag. van en de besluitvorming over subsidies en premies; e. de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten; f. het vragen van een eigen bijdrage; g. overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel