**1.** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voorvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**2.** Het college kan een voorziening beëindigen:
a. indien de belanghebbende die aan de voorziening deelneemt zijn verplichting als bedoeld in artikel 9 en 17 WWB, artikel 13 en 17 van de IOAW en artikel 13 en 17 van de IOAZ of in het tweede lid niet nakomt;
b. indien de belanghebbende die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
c. indien de belanghebbende algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
d. indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling van de belanghebbende;
e. indien belanghebbende niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening.
**3.** Bij uitvoeringsbesluit kan het college ten aanzien van de voorzieningen, bedoeld in paragraaf 3 van de verordening, nadere regels stellen. Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben op:
a. de vooraarden waaronder een voorziening wordt aangeboden;
b. de weigeringgronden bij het aanbieden van voorzieningen;
c. de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of - vaststelling;
d. de aanvraag. van en de besluitvorming over subsidies en premies;
e. de betaling van subsidies en het verlenen van voorschotten;
f. het vragen van een eigen bijdrage;
g. overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en het verstrekken van subsidies.
Paragraaf 3
Artikel 8
Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Re-integratieverordening Wet werk en bijstand 2007