De voorzitter van de rekenkamer, dan wel de secretaris in geval het de voorzitter betreft, bericht de raad als een van de ontslaggronden zich voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, of artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet.
In de gevallen, bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel 81d, tweede lid, van de wet adviseert de voorzitter van de rekenkamer, dan wel de secretaris in geval het de voorzitter betreft, de raad over de vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag, respectievelijk het op non-activiteit stellen van het desbetreffende lid of voorzitter.
De voorzitter van de rekenkamer, dan wel de secretaris in geval het de voorzitter betreft, adviseert de raad tevens met betrekking tot een beslissing tot verlenging of beëindiging van een maatregel als bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet.