Voor elke markt stellen burgemeester en wethouders een inrichtingsplan vast, dat in elk geval bevat:
aanduiding van de dagen en de uren waarop en eventueel de periode waarin de markt wordt gehouden (markttijd);
een kaart van de markt;
indien van toepassing, mededeling dat het anciënniteitsstelsel van artikel 5 van toepassing is;
aanduiding van de wijze waarop nieuwe vaste-standplaatsvergunningen en dagplaatsvergunningen kunnen worden verstrekt (wachtlijststelsel van artikel 6).
Op de kaart zijn aangegeven:
de grenzen van de markt;
de plaatsen of gebieden die bestemd zijn voor houders van een vaste-standplaatsvergunning;
voor zover van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor een of meer branches of artikelgroepen alsmede, indien van toepassing, de maximum aantallen vaste-standplaatsvergunningen die voor een of meer branches of artikelgroepen of combinaties daarvan kunnen worden afgegeven;
indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor houders van een dagplaatsvergunning;
indien van toepassing, de plaatsen of gebieden die bij voorrang zijn bestemd voor houders van een standwerkvergunning.
Als een standplaats, bestemd voor de houder van een vaste-standplaatsvergunning binnen een half uur na aanvang van de markt nog niet door de vergunninghouder of diens plaatsvervanger is ingenomen, kan daarvoor een dagplaatsvergunning worden afgegeven.
Het inrichtingsplan is gedurende markttijd bij de markt aanwezig en in te zien.