Op een aanvraag om een marktvergunning voor een vaste standplaats kan in ieder geval afwijzend worden
beslist, indien:
het maximum aantal beschikbare standplaatsen is vergund;
de aanvraag in strijd is met het Branchebesluit;
voor de markt een vergunningenstop is vastgesteld;
de aanvraag ziet op het verkrijgen van een vierde aaneengesloten standplaats;
de aanvrager reeds over een marktvergunning beschikt voor de desbetreffende markt en marktdag, tenzij de aanvraag wordt gedaan op grond van artikel 2:4, tweede lid of 2:5;
de aanvraag wordt gedaan binnen vijf jaar nadat de marktvergunning van de aanvrager is ingetrokken dan wel de inschrijving in het marktregister van de aanvrager is doorgehaald.
geconstateerd wordt dat de aanvrager binnen de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag voor zijn
rekening en risico zonder marktvergunning op een markt in de gemeente Den Haag heeft gestaan.
Hoofdstuk 2
Artikel 2:3
Afwijzingsgronden aanvraag
Onderdeel van VASTSTELLING MARKTREGLEMENT DEN HAAG 2016