Naar hoofdinhoud
1.. Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 2.3.6 van de wet. 2.. De hoogte van een pgb wordt vastgesteld op het tarief, vermeld in het pgb-plan, voor zover: dit tarief de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate vangnetvoorziening in natura niet overstijgt; en met de prijs of tarief redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de vangnetvoorziening behoren, van derden te betrekken, en is, indien nodig, aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. 3.. Een pgb wordt in beginsel niet bij leden van het sociale netwerk besteed, tenzij dit aantoonbaar tot een betere kosten/kwaliteit-verhouding leidt. 4.. Onverminderd het tweede lid wordt voor de bepaling van de omvang van het pgb, dat wordt uitbetaald aan een persoon die behoort tot het sociaal netwerk, of een dienstverlener zonder erkend landelijk kwaliteitscertificaat, aangesloten bij de Wet minimumloon. Hierbij wordt de toepasselijke norm, geldend per 1 juli 2019, vermeerderd met het geschatte indexatiepercentage voor een periode van 5 jaar. Dit betekent dat: voor de hulp die in uren wordt geïndiceerd € 15,- per uur wordt vergoed; voor hulp die in dagdelen wordt geïndiceerd –waarbij er van wordt uitgegaan dat per dagdeel 1,5 uur aan feitelijke werkuren worden geleverd– € 22,50 per dagdeel wordt vergoed; voor hulp die in etmalen wordt geïndiceerd –waarbij er van wordt uitgegaan dat per etmaal 2 uur aan feitelijke werkuren worden geleverd– € 30,- per etmaal wordt vergoed; de aanwezigheids-en/of bereikbaarheidsuren niet onder feitelijke werkuren vallen en derhalve niet in aanmerking komen voor vergoeding; deze bepaling (vierde lid) wordt geëvalueerd voor het verstrijken van de periode van 5 jaar (1 januari 2025) en zo nodig aangepast naar de dan geldende wettelijke norm voor minimumloon. 5.. In afwijking van het vierde lid is de hoogte van de tarieven voor het sociaal netwerk in de periode van 1 januari 2020 tot 1 april 2020 gelijk aan de tarieven, die zijn vastgesteld in de verordening die van toepassing was van 7 februari 2019 tot en 1 januari 2020. Indien het recht op een pgb in het sociaal netwerk is afgegeven met een ingangsdatum van voor 1 januari 2020, behoudt de cliënt gedurende de looptijd van die toekenning een ongewijzigde aanspraak betreffende de hoogte van het pgb-tarief. 6.. Het college kan van het bepaalde in het vierde lid afwijken wanneer de dienstverlener aantoont dat het pgb niet toereikend is. 7.. Een pgb kan ook worden verstrekt indien de kostprijs van de voorziening van de door de cliënt gewenste aanbieder hoger is dan de kostprijs van de gemeentelijke vangnetvoorziening in natura. De hoogte van het pgb is dan gelijk aan het bepaalde in het tweede en vierde lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel