Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2

Profielen (ZIN)

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Leudal 2020

Wanneer de cliënt kiest voor begeleiding in de vorm van zorg in natura (ZIN), worden de beoogde resultaten en de ondersteuningsbehoefte door het college gekoppeld aan een profiel. Een profiel geeft een indicatie van de intensiteit van de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en is inhoudelijk gekoppeld aan de resultaten uit het onderzoeksverslag. Dit laatste is leidend in de keuzes bij de totstandkoming van het profiel. Er wordt gebruik gemaakt van een digitaal beoordelingsinstrument om tot een profiel te komen. Het instrument wordt gezien als een hulpmiddel voor het college. Het digitale beoordelingsinstrument is te downloaden via de website www.sociaaldomeinmlw.nl. Het college heeft te allen tijde de mogelijkheid om van het geselecteerde profiel af te wijken als de individuele situatie en persoonlijke omstandigheden daartoe aanleiding geven, mits dit duidelijk en passend schriftelijk wordt onderbouwd in het onderzoeksverslag. De definitie van een profiel geeft aan dat het om een hoeveelheid zorg en/of ondersteuning gaat waarvan de aard en omvang door de aanbieder met een cliënt, passend bij een door het college vastgesteld financieel kader, wordt overeengekomen. Het voor de cliënt van toepassing zijnde profiel wordt mede bepaald door de uitgangssituatie van de cliënt, het te behalen resultaat en de cliëntgebonden factoren en persoonlijke omstandigheden, die direct of indirect invloed hebben op de inspanning die de aanbieder moet leveren om het beoogde resultaat te bereiken. De definitieve keuze voor een profiel wordt ingegeven door: de aard van de beperking de intensiteit van de ondersteuningsbehoefte het beoogde resultaat Het digitale beoordelingsinstrument is daarbij een belangrijk hulpmiddel. In het werkafsprakenboek wordt een inhoudelijke beschrijving gegeven van de toepassing van het beoordelingsmodel. In onderstaande tekst wordt een samenvatting gegeven om op deze manier de totstandkoming van een profiel weer te geven. 5.2.1.1  Aard van de beperking Zoals in 5.2.1 beschreven is de keuze voor een profiel mede afhankelijk van de aard van de beperking die van invloed is op de ondersteuningsvraag. De beschrijving welke het meest bepalend is voor de ondersteuningsvraag en passend is bij het te behalen resultaat wordt gekozen als aard van de beperking. Bij het bepalen van de aard van de beperking, wordt gebruik gemaakt van de dominante grondslag waarop de ondersteuningsvraag is gericht, namelijk: psychiatrische aandoening of beperking somatische aandoening of beperking psychogeriatrische aandoening of beperking verstandelijke beperking of handicap (VG) lichamelijke beperking of handicap (LG) Voor de definities van bovengenoemde grondslagen wordt verwezen naar de begrippenlijst van de Monitor Langdurige Zorg. 5.2.1.2  Intensiteit van de ondersteuningsbehoefte De intensiteit van de ondersteuningsbehoefte heeft betrekking op de omvang van de ondersteuningsvraag. Een ondersteuningsvraag bij ambulante begeleiding omvat voornamelijk planbare ondersteuning. Het is mogelijk dat iemand vanwege psychische problematiek er niet in slaagt om zelfstandig te wonen zonder de directe nabijheid van 24 uur per dag toezicht of ondersteuning. In dit geval wordt doorverwezen naar beschermd wonen. Wanneer er geen sprake is van psychische problematiek, maar er wel een ondersteuningsbehoefte bestaat aan 24-uurs toezicht of nabijheid van ondersteuning, wordt doorverwezen naar de Wet langdurige zorg (Wlz). In de profielen voor begeleiding is er sprake van een trapsgewijze opbouw in de intensiteit, te weten: Basis: bij een intensiteit ‘basis’ is er sprake van een incidentele ondersteuningsbehoefte. Meestal betreft dit één tot twee (korte) contactmomenten per week. Ook bestaat de mogelijkheid minder frequente contactmoment noodzakelijk zijn, wanneer de beoogde resultaten hiermee behaald kunnen worden. Het is ook mogelijk dat de cliënt beperkte collectieve ondersteuning nodig heeft, wanneer het beoogde resultaat daarmee wordt behaald; Aanvullend: Bij een intensiteit ‘aanvullend’ is sprake van een structurele maar niet dagelijkse ondersteuningsbehoefte. De cliënt heeft hierbij vaak meerdere malen per week behoefte aan ondersteuning om op deze manier de beoogde resultaten te behalen. De contactmomenten kunnen verschillen in duur en frequentie, afhankelijk de ondersteuningsbehoefte van de cliënt; Intens: Bij een intensiteit ‘intens’ is er sprake van een structurele, doorgaans dagelijkse, ondersteuningsbehoefte. Het betreft meerdere intensieve contactmomenten per week die langere tijd in beslag nemen of meerdere kortdurende contactmomenten per dag. Bij het toekennen van een profiel wordt gekeken naar een te verwachten gemiddelde in ondersteuningsbehoefte over de gehele indicatieperiode. Begeleiding en de complexiteit van de beperkingen vergt flexibiliteit van de zorgaanbieder: het is maatwerk en kan per periode verschillend zijn. 5.2.1.3  Het beoogde resultaat Het beoogde resultaat van de begeleiding wordt tijdens het gesprek door de cliënt (en evt. zijn netwerk) in samenspraak met het college beschreven. Om het beoogde resultaat te bepalen zijn vijf resultaatgebieden opgesteld: Het vermogen om zelfstandig te leven. Het deelnemen aan het maatschappelijk leven. Het hebben van dagstructuur. Het voeren van regie. Het ontlasten van de mantelzorger. Deze resultaatgebieden worden onderverdeeld in meerdere sub-resultaten. Voor de exacte beschrijving hiervan wordt doorverwezen naar het werkafsprakenboek voor begeleiding. 5.2.2 Het beoordelingsinstrument Om tot een gemiddelde ondersteuningsbehoefte te komen maakt het college gebruik van een digitaal beoordelingsinstrument als hulpmiddel. De intensiteit van de ondersteuningsvraag in relatie tot het beoogde resultaat wordt hiermee ingeschat. Het instrument is een beknopte vragenlijst welke aan de hand van 5 vragen met een vijf- of vierpuntsschaal wordt gescoord. Het beoordelingsinstrument is te downloaden via www.sociaaldomeinmlw.nl. 5.2.3 Definitieve profielbepaling Het beoordelingsinstrument geeft een suggestie voor de keuze van een profiel, rekening houdend met de kenmerken van de cliënt en zijn omgeving. Het is in alle gevallen het college die het uiteindelijke profiel selecteert. De profielkeuze wordt schriftelijk gemotiveerd in het onderzoeksverslag.

Rechtspraak bij dit artikel