Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 12.

Weigeringsgronden en voorwaarden

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Meerssen 2020

1.. Het college kan een maatwerkvoorziening weigeren: voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een voorziening op grond vaneen andere wettelijke bepaling bestaat; voor zover een cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk de beperkingen kan wegnemen of verminderen; voor zover een cliënt met gebruikmaking van algemene voorzieningen de beperkingen kan wegnemen of verminderen; indien de voorziening voor een persoon als cliënt algemeen gebruikelijk is; indien het een voorziening betreft die een cliënt na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft verleend; voor zover de aanvraag betrekking heeft op een voorziening die aan een cliënt al eerder is verstrekt in het kader van enige wettelijke bepaling of regeling en de normale afschrijvingstermijn van de voorziening nog niet verstreken is, tenzij de eerder vergoede of verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan een cliënt zijn toe te rekenen, of tenzij een cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten; voor zover deze niet in overwegende mate op het individu is gericht; als deze niet langdurig noodzakelijk is; als cliënt voor de Wmo 2015 geen ingezetene is van de gemeente Meerssen, met uitzondering van beschermd wonen, opvang en het bezoekbaar maken van één woning voor cliënten met een Wlz-indicatie die in een instelling wonen; als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning. 2.. Voor alle woonvoorzieningen geldt bovendien dat het college een woonvoorziening kan weigeren: in het geval de beperkingen bij het normaal gebruik van de woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen; ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting; ten behoeve van specifiek op personen met beperkingen en ouderen gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij (nieuw)bouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden; als de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college. 3.. Voor zover belanghebbende kan verhuizen naar een geschikte woning of een gemakkelijker geschikt te maken woning waarbij de verhuizing kan leiden tot het te bereiken resultaat zal deze mogelijkheid eerst beoordeeld worden. Het primaat van verhuizing wordt niet toegepast indien: er niet binnen een tijdsbestek van 1 jaar een woning beschikbaar komt waar naartoe het belanghebbende kan verhuizen, tenzij uit onderzoek blijkt dat het medisch verantwoord is om de in dit lid genoemde termijn te verruimen; er een contra-indicatie tot verhuizen aanwezig is op grond van objectieve psychische en/of sociale redenen; de woning waar naartoe kan worden verhuisd niet geschikter is dan de huidige woning; de woning waar naartoe kan worden verhuisd zich niet binnen de gemeentegrenzen bevindt. 4.. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening wordt ten aanzien van de vervoersbehoefte ten behoeve van maatschappelijke participatie uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving met een omvang van maximaal 1.500 tot 2.000 kilometer op jaarbasis.

Rechtspraak bij dit artikel