Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6:

Artikel 18.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen, Pgb’s en financiële tegemoetkomingen

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Meerssen 2020

1.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel Pgb of financiële tegemoetkoming, zolang de cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het Pgb of financiële tegemoetkoming wordt verstrekt, overeenkomstig het Besluit maatschappelijke ondersteuning. 2.. Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een bij verordening aangewezen algemene voorziening zolang de cliënt van deze voorziening gebruik maakt. 3.. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of Pgb en voor bij verordening aangewezen algemene voorzieningen, zijn gelijk aan de kostprijs, tot aan ten hoogste € 19,00 per maand voor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, tenzij overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage is verschuldigd. 4.. In afwijking van het eerste lid is geen bijdrage verschuldigd voor de volgende maatwerkvoorzieningen: rolstoelen verhuiskostenvergoeding voorzieningen voor personen jonger dan 18 jaar met in achtneming van lid 9 van dit artikel collectief vraagafhankelijk vervoer 5.. In afwijking van artikel 2.1.4a, vierde lid, van de wet bedraagt de hoogte van de eigen bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer € 0,86 gereisde zone plus één opstapzone per 1 januari 2022; vanaf 1 januari 2023 wordt het tarief jaarlijks geïndexeerd met de LTI-index. 6.. De kostprijs van een maatwerkvoorziening, Pgb of financiële tegemoetkoming ten behoeve van de inning van eigen bijdragen wordt als volgt vastgesteld: op basis van het overzicht van de toepasselijke tarieven zoals is opgenomen in bijlage 2; de kostprijs voor een zaak die geen onderdeel uitmaakt van bijlage 2 wordt vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening in natura, indien van toepassing inclusief onderhoud en reparatie, zoals door het college aan een door haar gecontracteerde leverancier zou worden betaald; de kostprijs voor een zaak die geen onderdeel uitmaakt van bijlage 2 en geen onderdeel uitmaakt van een contract tussen het college en een door haar gecontracteerde leverancier, wordt vastgesteld op maximaal 100% van de kosten van de goedkoopst adequate voorziening, indien van toepassing verhoogd met een bedrag voor onderhoud en reparatie, vast te stellen door het college op basis van een offerte. 7.. De bijdrage voor beschermd wonen (zorg in natura), maatschappelijke opvang en vrouwenopvang wordt berekend en vastgesteld op het toegestane maximumbedrag conform het landelijke Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015. 8.. In de gevallen, bedoeld in artikel 2.1.4, zevende lid, van de wet, worden de bijdragen voor een maatwerkvoorziening of Pgb door de in bijlage 3 opgenomen instanties vastgesteld en geïnd. 9.. De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of Pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel