Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8:

Artikel 22.

Voorkoming en bestrijding ten onrechte ontvangen maatwerkvoorzieningen en Pgb’s en misbruik of oneigenlijk gebruik van de Wmo 2015

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Meerssen 2020

1.. Het college informeert cliënten of hun vertegenwoordiger in begrijpelijke bewoordingen over de rechten en plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening of Pgb of tegemoetkoming zijn verbonden en over de mogelijke gevolgen van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. 2.. Onverminderd artikel 2.3.8 van de wet doet een cliënt aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden, waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet. 3.. Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een beslissing als bedoeld in artikel 2.3.5 of 2.3.6 van de wet herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat: de cliënt onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid; de cliënt niet langer op de maatwerkvoorziening of het Pgb is aangewezen; de maatwerkvoorziening of het Pgb niet meer toereikend is te achten; de cliënt langer dan 2 maanden verblijft in een instelling als bedoeld in de Wet langdurige zorg of de Zorgverzekeringswet; de cliënt niet voldoet aan de aan de maatwerkvoorziening of het Pgb verbonden voorwaarden, of de cliënt de maatwerkvoorziening of het Pgb niet of voor een ander doel gebruikt; wijzigingen in het landelijk en/of gemeentelijk beleid hier aanleiding toe geven. 4.. Een beslissing tot verlening van een Pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het Pgb binnen drie maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden. 5.. Als het college een beslissing op grond van het derde lid, onder a, heeft ingetrokken en de verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens door de cliënt opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het college van de cliënt en degene die daaraan opzettelijk zijn medewerking heeft verleend, waaronder de zorgaanbieder, geheel of gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening of het ten onrechte genoten Pgb. 6.. Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van Pgb’s. 7.. Ingeval van fraude kan het college een zorgaanbieder uitsluiten van verdere dienstverlening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel