In het verleden is besloten het gebruik van de openbare ruimte voor evenementen niet kosteloos te laten zijn. Huurprijzen worden per jaar per locatie vastgesteld door het College.
Deze huur wordt alle evenementen doorberekend. Het maken van onderscheid tussen verschillende evenementen bv op basis van commercieel/ niet commercieel of winstoogmerk is lastig. Er zijn immers voldoende evenementen die in het grijze gebied van deze termen opereren.
Er wordt daarom voor een objectieve oplossing gekozen. Alleen de evenementen die de gemeente zodanig belangrijk vindt, dat er een subsidie wordt verstrekt of waarbij anderszins sprake is van een tegemoetkoming, betalen geen huur voor het gebruik van de openbare ruimte. Dit lijkt een afwijking van het principe standpunt over de vergoeding van de facilitaire kosten. Dat is echter niet het geval. De facilitaire kosten hebben een bedrijfsmatige achtergrond; de gemeente verleent diensten en daarvoor moet worden betaald. Bij de verhuur van de openbare ruimte ligt dit anders; hier gaat het enkel om de (privaatrechtelijke) toestemming voor gebruik, niet om concreet verrichte (publieke) diensten.
Hoofdstuk 12
Artikel 12.6
Huur openbare ruimte
Onderdeel van Uitvoeringsregels Evenementenbeleid 2020