**1..** Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met de artikel 2.3.6. van de wet.
**2..** Onverminderd artikel 2.3.6, tweede en vijfde lid van de wet, verstrekt het college geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de belanghebbende voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt en niet meer is na te gaan of de ingekochte voorziening noodzakelijk was.
**3..** De hoogte van een pgb wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden.
**4..** De hoogte van een pgb wordt berekend op basis van een prijs of tarief:
welke toereikend is om effectieve en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en/of andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren in te kopen, en;
waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorziening behoren wil betrekken, en;
wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud, reparatie en verzekering, en;
bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate maatwerkvoorziening in natura; voor zover de cliënt hogere kosten maakt, worden deze niet in het tarief voor het pgb meegenomen.
**5..** Een cliënt aan wie een pgb wordt verstrekt kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere voorzieningen onder de volgende voorwaarden betreffende het tarief, betrekken van een persoon niet werkzaam voor een professionele zorgaanbieder:
dat deze persoon een 25% lager tarief krijgt betaald voor zijn diensten, dan in gevolge het derde, vierde en vijfde lid vastgestelde tarief;
dat tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb worden betaald.
**6..** Het college kan nadere regels stellen over de verantwoording van de besteding van het pgb.
Artikel 9
Regels voor persoonsgebonden budget
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning Bloemendaal 2020