Naar hoofdinhoud

Artikel 9

Intrekkingsgronden vergunning

Onderdeel van Verordening speelautomaten

1.. De vergunning wordt ingetrokken: indien de gegevens, die met het oog op de verkrijging van de vergunning zijn verstrekt, zodanig onjuist of onvolledig blijken, dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; indien voor een inrichting of gelegenheid, als bedoeld in artikel 30 c, eerste lid, onder a, b en c van de wet niet de vergunning van kracht is, die ingevolge de voor die inrichting of gelegenheid geldende bepalingen is vereist; indien de vergunninghouder het in de artikelen 30 t, eerste lid, onder c of tweede lid bedoelde verbod heeft overtreden. 2.. De vergunning kan worden ingetrokken: indien de vergunninghouder, onverminderd het bepaalde in het eerste lid, aanhef en onder c, de bij of krachtens Titel Va van de wet vastgestelde voorschriften heeft overtreden; indien de vrees gewettigd is, dat het van kracht blijven van de vergunning ernstig gevaar zou opleveren voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid. 3.. In de gevallen bedoeld in het eerste en tweede lid, onder a, kan de burgemeester alvorens de vergunning in te trekken de vergunninghouder in de gelegenheid stellen binnen een daartoe te bepalen termijn tot naleving van de bij of krachtens Titel Va van de wet vastgestelde bepalingen of de aan de vergunning verbonden voorschriften over te gaan. 4.. Intrekking van de vergunning geschiedt niet voordat de burgemeester van zijn voornemen daartoe de vergunninghouder bij aangetekende brief mededeling heeft gedaan. In het geval bedoeld in het tweede lid, onder b, kan, indien dringende omstandigheden zulks vorderen, de vergunning onmiddellijk worden ingetrokken. 5.. Het besluit tot intrekking van de vergunning wordt de vergunninghouder bij aangetekende brief toegezonden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel