Naar hoofdinhoud
1.. Voor de berekening en omslag van de aanlegkosten van het dienstriool over de belanghebbenden wordt uitgegaan van de werkelijke afstand van de kadastrale eigendomsgrens tot aan de dichtstbijzijnde openbare rioolleidingen. 2.. Buiten het bepaalde in lid 1 van dit artikel kan het college bepalen op welk openbaar riool moet worden aangesloten. Dit geldt ook voor een gebouw gelegen aan meer dan één straat die is voorzien van een openbaar riool. 3.. Als het openbare riool waarop moet worden aangesloten ligt in grond die niet het eigendom is van de gemeente dan wordt: als het openbare riool ligt binnen het perceel van belanghebbende, gerekend dat het dienstriool ingaat op het openbare riool tot maximaal één meter haaks daar vanaf; als het openbare riool ligt buiten het perceel van belanghebbende, gerekend dat het dienstriool ingaat op de erfgrens of maximaal één meter binnen het aan te sluiten perceel. Daarbij geldt een haakse aansluiting met een minimum lengte van het dienstriool van één meter.

Rechtspraak bij dit artikel