Naar hoofdinhoud
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden; niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur worden aangeboden; Recreatieterrein: een terrein dat geheel of nagenoeg geheel bestaat uit vakantieonderkomens en mobiele kampeeronderkomens; vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan, gebruikt door dezelfde personen; Seizoensplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan, gebruikt door dezelfde personen; Winterkamperen: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan, gebruikt door dezelfde personen in de periode aanvangende 31 oktober van het lopende belastingtijdvak tot en met 31 maart van het navolgende belastingtijdvak; seizoen: de periode van 1 april tot en met 31 oktober; jaar: kalenderjaar.

Rechtspraak bij dit artikel