Om te bepalen of Persoonlijke verzorging voor de bewoner toegankelijk en passend is, worden, naast het Algemene toetsings- en afwegingskader, de volgende aspecten getoetst en/of gewogen:
1. aard van de beperking: er is sprake van een verstandelijke, zintuigelijke of psychiatrische beperking (niet medische oorzaak), waardoor de bewoner niet in staat is zichzelf te verzorgen. De behoefte aan ondersteuning bij de persoonlijke verzorging hangt samen met de behoefte aan begeleiding hierbij.
2. de taken waarbij de bewoner ondersteuning nodig heeft: Taken die onder persoonlijke verzorging vallen, zijn ondersteuning bij de algemene dagelijkse levensverrichtingen (ADL), waaronder in en uit bed komen, aan- en uitkleden, bewegen, lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne (wassen/douchen), toiletbezoek, eten en drinken, medicijnen innemen.
3. andere voorzieningen: de Zorgverzekeringswet en de Wet langdurige zorg. Indien de persoonlijke verzorging verband houdt met de behoefte aan geneeskundige zorg of een hoog risico daarop valt de persoonlijke verzorging onder de Zorgverzekeringswet. Dit betreft de behoefte aan persoonlijke verzorging op basis van de grondslagen psychogeriatrisch, lichamelijke beperking of somatische aandoening. Deze mensen kunnen gebruik maken van de wijkverpleging op grond van de ZvW.