Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Beschikking

Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2020 gemeente Leeuwarden

1. Op de aanvraag voor een individuele maatwerkvoorziening ontvangt de bewoner binnen 2 weken een beslissing van de gemeente, in de vorm van een beschikking. Indien deze termijn overschreden lijkt te worden, zal op grond van de Awb de bewoner schriftelijk geïnformeerd worden over een verlenging of opschorting van deze termijn. 2. Indien er sprake is van meerdere individuele maatwerkvoorzieningen en de aanvraag betreft een wijziging van één van de individuele maatwerkvoorzieningen, dan volstaat een wijzigingsbeschikking voor dit onderdeel. 3. Indien de bewoner geen medewerking heeft verleend aan een zorgvuldig onderzoek én er is gebleken dat zonder dit onderzoek de toegankelijkheid en passendheid van ondersteuning in de vorm van een individuele maatwerkvoorziening niet is vast te stellen, kan de aanvraag voor een individuele maatwerkvoorziening afgewezen worden. 4. Een voorziening (ZIN en PGB) kan in beginsel niet met terugwerkende kracht worden verstrekt. 5. De looptijd van de beschikking is maximaal 3 jaar. Indien er sprake is van een individuele maatwerkvoorziening voor een hulpmiddel in natura, zoals een rolstoel, bijzondere fiets of scootmobiel, dan is de looptijd van de beschikking afhankelijk van de gebruiksduur. Voor voorzieningen die verstrekt worden middels een eenmalige PGB is geen looptijd van toepassing. Voor het pakket training binnen Beschermd Wonen Intramuraal en ThuisPLUS geldt een kortere maximale looptijd van respectievelijk 2 jaar en 1 jaar. 6. In de beschikking worden de rechten en plichten met betrekking tot de verstrekte voorziening, conform artikel 10 van de Verordening, vastgelegd. 7. In de beschikking wordt de termijn van 3 maanden vastgelegd, waarbinnen de bewoner zich moet melden bij een zorgaanbieder dan wel het PGB moet besteden. 8. In de beschikking wordt, indien van toepassing, informatie opgenomen over het trekkingsrecht bij een PGB. 9. Indien de gemeente voornemens is een negatieve of afwijkende beschikking af te geven, neemt degene die het onderzoek heeft uitgevoerd contact op met de bewoner om deze hierover te informeren en uitleg te geven. Er wordt hierbij tevens de gelegenheid geboden om aanvullende informatie te geven en/of nader onderzoek in te stellen. 10. De bewoner heeft het recht om tegen de beschikking in bezwaar te gaan. De wijze waarop de bewoner in bezwaar kan gaan wordt met de beschikking meegezonden. 11. Indien een beschikking is afgegeven en het blijkt naderhand dat de geboden ondersteuning onvoldoende bijdraagt aan het te behalen resultaat, de geboden ondersteuning kwalitatief onvoldoende is of de geboden ondersteuning niet rechtmatig is, danwel dat het resultaat, de kwaliteit en/of de rechtmatigheid niet goed is vast te stellen, kan dit aanleiding zijn voor een (herbeoordelings)onderzoek en/of een wijziging of het intrekken van de beschikking.

Rechtspraak bij dit artikel