**1..** De ambtenaar van BSR oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) de Invorderingswet 1990, de Kostenwet invordering rijksbelastingen, de Gemeentewet, de Waterschapswet, de Waterwet, de Wet milieubeheer en de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) zijn toegekend aan de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst respectievelijk de ambtenaar belast met de heffing of invordering van de deelnemers als bedoeld in artikel 231, lid 2, sub d, van de Gemeentewet en artikel 123, lid 3, sub d, van de Waterschapswet.
**2..** Bij de uitoefening van de bevoegdheden als bedoeld in lid 1 van dit artikel neemt de ambtenaar van BSR de nadere regels van het dagelijks bestuur in acht alsmede houdt hij rekening met de beleidsregels van het dagelijks bestuur ter zake van de uitoefening van zijn bevoegdheid.
Hoofdstuk 8:
Artikel 27