Naar hoofdinhoud
1.. De regeling wordt opgeheven bij gelijkluidend besluit van alle dagelijkse besturen en colleges van burgemeester en wethouders van de deelnemers. 2.. Artikel 38 van deze gemeenschappelijke regeling is van overeenkomstige toepassing. 3.. Ingeval een besluit tot opheffing volgens lid 1 van dit artikel is genomen, besluit het algemeen bestuur tot liquidatie en stelt het, gehoord de deelnemers, een liquidatieplan vast. 4.. Het liquidatieplan voorziet in de verplichting van de deelnemers tot deelneming in de financiële gevolgen van de opheffing. Voorts voorziet het liquidatieplan in de regeling van de personele gevolgen. 5.. Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan. 6.. Zo nodig blijft het dagelijks bestuur ook na het tijdstip van opheffing in functie totdat het liquidatieplan is uitgevoerd. 7..

Rechtspraak bij dit artikel