**1..** Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van het dagelijks bestuur of college van burgemeester en wethouders van de deelnemer dat het lid van het algemeen bestuur heeft benoemd, eindigt.
**2..** Indien tussentijds een plaats van een lid van het algemeen bestuur vacant of beschikbaar komt, wijst het dagelijks bestuur of college van burgemeester en wethouders van de deelnemer dat het aangaat zo spoedig mogelijk een nieuw lid van het algemeen bestuur aan.
**3..** Hij die ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het algemeen bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats hij is benoemd zou hebben moeten aftreden.
**4..** Een lid van het algemeen bestuur kan te allen tijde ontslag nemen. Hij deelt zijn ontslag mede aan de deelnemer die het aangaat en aan de voorzitter van het algemeen bestuur. Het lid houdt zitting in het algemeen bestuur totdat in de opvolging is voorzien.
Hoofdstuk 4:
Artikel 8