Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 19.

Bijzondere bepalingen over het persoonsgebonden budget

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2020

De budgethouder is zelf verantwoordelijk voor: Besteding van het PGB voor het hulpmiddel door: Het inkopen van de individuele voorziening, hulpmiddel of hulp; Het onderhoud, de reparaties en de verzekering van het hulpmiddel mits deze zijn toegekend in het PGB; Degene die wordt ingeschakeld voor hulp is verantwoordelijk voor het doorgeven van loongegevens aan de belastingdienst. Indien er sprake is van een maatwerkvoorziening in de vorm van hulp bij het huishouden, wordt er geacht sprake te zijn van professionele ondersteuning wanneer de dienstverlening geboden wordt door een thuiszorgorganisatie of door een zzp-er die als eenmanszaak staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en tevens voldoet aan de voorwaarden van het urencriterium vereist voor de zelfstandigenaftrek voor de inkomstenbelasting (te weten minimaal 1225 uur per jaar wordt besteed aan het feitelijk drijven van de onderneming en er wordt meer tijd besteed aan de onderneming dan aan andere werkzaamheden). De met een persoonsgebonden budget te realiseren maatwerkvoorziening ten behoeve van het wonen in de vorm van een (niet-)bouwkundige of (niet) woon technische woonvoorziening, een uitraasruimte, badkamer, uitbouw of onderhouds-, keurings- of reparatiekosten kan slechts plaatsvinden door een erkend bedrijf. Hiervan is sprake indien het bedrijf is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en voorzien is van een BTW-nummer. Het zelf uitvoeren van werkzaamheden is niet toegestaan, tenzij hiervoor vooraf schriftelijke toestemming is verleend door het college. Er kan slechts een persoonsgebonden budget worden toegekend voor de reparatiekosten van een vervoersvoorziening indien de reparatie niet veroorzaakt is door verwijtbare gedragingen en de fabrieks- of wettelijke garantie niet van toepassing is. De met een persoonsgebonden budget aan te schaffen maatwerkvoorziening dient te voldoen aan het in het kader van het onderzoek opgestelde programma van eisen. De voorziening die de cliënt inkoopt met het persoonsgebonden budget dient, adequaat, veilig, cliëntgericht en kwalitatief verantwoord te zijn.

Rechtspraak bij dit artikel