Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.3

Artikel 7.

Vervoershulpmiddelen

Onderdeel van Nadere regels maatschappelijke ondersteuning 2020

Het beoogde resultaat van de verstrekking van een vervoershulpmiddel is om het voor de cliënt mogelijk te maken zich lokaal te verplaatsen buitenshuis. Wij onderscheiden onder andere de volgende vormen van vervoershulpmiddelen: Aangepaste fietsen; Scootmobielen. De voorwaarde om een vervoersmiddel te verstrekken is dat iemand: een permanente mobiliteitsbeperking heeft. De verstrekking van een vervoershulpmiddel geschiedt enkel wanneer de kosten van de voorziening de kosten van de algemeen gebruikelijke vervoersvoorziening te boven gaan. Voldoende mobiel is om zonder hulp van buitenaf op en van te kunnen van de scootmobiel. verkeersveilig is. Het stallen van vervoersvoorzieningen dient op adequate wijze te geschieden. Van cliënt mag worden verwacht dat hiervoor ruimte wordt gecreëerd, ook als deze ruimte op dat moment voor andere doeleinden wordt gebruikt. Indien een adequate stallingsmogelijkheid ontbreekt, kan de gemeente een financiële tegemoetkoming voor de realisatie van een eenvoudige stalling of andere voorziening van bouwkundige of woon technische aard verschaffen. De vergoeding bedraagt nooit meer dan de goedkoopst adequate voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel