Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 9.

Waardering en afschrijving vaste activa

Onderdeel van Financiële verordening gemeente ’s-Hertogenbosch (artikel 212 Gemeentewet)

Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief worden lineair in vijf jaar afgeschreven. Het saldo van agio en disagio wordt lineair afgeschreven in een termijn die maximaal gelijk is aan de looptijd van de lening. De afschrijvingsduur van bijdragen aan activa in eigendom van derden is gelijk aan de afschrijvingsduur die gehanteerd zou zijn indien de gemeente het actief zelf geactiveerd zou hebben. Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste van de exploitatie gebracht. De materiële vaste activa met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten al dan niet een heffing kan worden geheven, en materiële vaste activa met maatschappelijk nut worden afgeschreven in: Termijn Soort activum Niet -gronden en terreinen 5 jaar -automatisering 8 jaar -zware transportmiddelen; aanhangwagens; schuiten; personenauto's; lichte motorvoertuigen 10 jaar -inventaris -machines -opbouw kunstgrasvelden -voorziening openbaar vervoer -(kleine) verkeersvoorzieningen en aanpassingen openbare ruimte 15 jaar -technische installaties in (bedrijfs)gebouwen -nieuwbouw tijdelijke woonruimten en (bedrijfs)gebouwen -natuursportgrasvelden -aanpassingen (bedrijfs)gebouwen 20 jaar -motorvaartuigen 25 jaar -restauratie en renovatie (bedrijfs)gebouwen -onderbouw kunstgrasvelden -installaties theatertechniek 40 jaar -aankoop & nieuwbouw woonruimten en (bedrijfs)gebouwen -parkeervoorzieningen -monumentenzorg -inrichting openbaar gebied -(reconstructie van) wegen en viaducten 60 jaar -rioleringen De afschrijvingstabel geldt voor alle vanaf 2017 gevoteerde kredieten. Investeringen met een verkrijgingprijs van minder dan € 10.000 en/of een gebruiksduur van minder dan 3 jaar worden niet geactiveerd. Langere afschrijvingstermijnen dan de onder 3 genoemde afschrijvingstermijnen zijn slechts mogelijk bij raadsbesluit, kortere afschrijvingstermijnen kunnen worden gehanteerd wanneer de reële levensduur lager wordt geschat dan in lid 3 weergegeven. Voor zowel investeringen met economisch nut als maatschappelijk nut start met ingang van 1 januari 2020 de afschrijving vanaf het boekjaar volgend op het jaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt.

Rechtspraak bij dit artikel