Naar hoofdinhoud
1.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald bij de aanvang van het parkeren. 2.. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet overeenkomstig de aangifte worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. 3.. In afwijking van lid 2 wordt de vergunning als genoemd in artikel 5 lid 2 van de Parkeerverordening jaarlijks middels automatische betalingsincasso betaald. 4.. Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel