Overtredingen van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de daarbij op de grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie: artikelen 2:1, 2:3, 2:9, 2;10, 2:11,2:12, 2:18, 2:25, 2:28, 2:29, 2:31, 2:32, 2:38, 2:41, 2;43, 2:44, 2:45, 2;46, 2:48, 2:49, 2;53, 2:57, 2:58, 2:59, 2:60, 2:62, 2:63, 2:64, 2:72, 2:73, 2:74, 2:75, 2:76, 2:77, 3:4, 3:6, 3:9. 3:10, 3:11, 3:18, 3:21, 3:26, 4:3, 4:5, 4:6, 4:8, 4:9a, 4:13, 4:14, 4:15; 4:18, 5:12; 5:13, 5:15, 5:16, 5:18, 5:19; 5:22, 5:23; 5:26; 5:27, 5:28, 5:29, 5:30, 5:31, 5:31, 5:31:1, 5:31:2, 5:32, 5:33, 5:34, 5:38, 5:39, 5:40, 5:41, 5:42, 5:43, 5:44, 5:45, 5:46, 5:47, 5:48, 5:49, 5;50, 5:51, 5:52, 5.53 en 5.54.
Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie:
artikelen: 2:42, 2:47; 2:50, 2:65; 5:2, 5:3, 5:5, 5:6, 5:7, 5:8, 5:9, 5:11, 5:24, 5:25, 5:37.
In afwijking van lid 1 en 2 is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, lid 5, 2:11, lid 2, [2:12, lid 1,] en 4:11, lid 1.