In deze Paragraaf wordt verstaan onder:
inrichting: elke ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot kamperen wordt gegeven;
houder: degene die een inrichting exploiteert of daarin de feitelijke leiding heeft.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.18
Artikel 2.18.1
Begripsomschrijving
Onderdeel van Omgevingsverordening 2020