Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2. › Paragraaf 2.5

Artikel 2.5.1

Voorwerpen op, aan of boven de weg

Onderdeel van Omgevingsverordening 2020

1.. Het is verboden zonder vergunning van het college in strijd met de publieke functie van de weg voorwerpen te plaatsen op, aan of boven de weg. 2.. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd: als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg, gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; als het beoogde gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende zaken; als strijdigheid bestaat met het geldende uitstallingenbeleid. 3.. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als sprake is van een: evenement als bedoeld in artikel 2.15.2; standplaats als bedoeld in artikel 3.3.2; terras als bedoeld in artikel 2.16.1. 4.. Het college kan voor bepaalde voorwerpen algemene regels stellen in plaats van of naast de vergunningplicht als bedoeld in het eerste lid. Het is verboden in strijd te handelen met deze algemene regels. 5.. Het is in door het college aangewezen gebieden verboden om vlaggen, banieren en wimpels aan te brengen. 6.. Het in het vijfde lid bedoelde verbod geldt niet op Nederlandse feestdagen en door het college aangewezen dagen. Op deze dagen is het toegestaan één vlag, één banier of één wimpel per pand aan te brengen. Vlaggen, banieren en wimpels zijn dan alleen toegestaan in de zone tussen de bovenzijde van de raam- of deurkozijnen op de begane grond en de onderzijde van de raamkozijnen op de eerste verdieping. De uitval van vlaggen, banieren en wimpels bedraagt maximaal één meter. 7.. Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel