Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 6. › Paragraaf 6.8

Artikel 6.8.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Omgevingsverordening 2020

In deze Paragraaf wordt verstaan onder: boom: een plant met een verhoute stam en een kroon, met een diameter van de stam van minimaal 40 centimeter op 1.30 meter boven het maaiveld, gerekend langs de stam als het bomen betreft op particuliere percelen. Op openbaar terrein geldt een stamdiameter van 20 centimeter op 1.30 meter boven maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de diameter van de dikste stam; houtopstand; één of meer (monumentale) bomen, hakhout of een houtwal; monumentaleboom; een boom die na toetsing aan het Bomenbeleidsplan als monumentaal wordt aangemerkt; maaiveld: bovenkant van het terrein dat een boom direct omgeeft waarbij het hoogste punt geldt als meetpunt; vellen: rooien, inclusief verplanten, en het verrichten van handelingen die de dood, ernstige beschadiging of ontsiering van houtopstand tot gevolg kunnen hebben of hebben; houtwal: geheel of gedeeltelijk aan de natuur overgelaten erfafscheiding, die kan bestaan uit bomen en/of struiken; kweekgoed: bomen die worden gekweekt met het doel deze te verhandelen; hakhout: één of meer bomen die, na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.

Rechtspraak bij dit artikel