Een raadslid dat lid is van een onderzoekscommissie als bedoeld in artikel 155a, derde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van de gemeente een toelage per jaar toegekend van maximaal driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 3.1.1 eerste en vierde lid Rechtspositiebesluit decentrale ambtsdragers, teruggerekend naar een bedrag per maand.
Een raadslid dat lid is van een bijzondere commissie als bedoeld in artikel 3.1.4, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend de maximale vergoeding per maand, overeenkomstig artikel 3.1.4 eerste en derde lid (jaarlijkse wijziging) van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdra-gers.
Een raadslid die commissievoorzitter is als bedoeld in 82, vierde lid, van de Gemeentewet wordt voor de duur van de activiteiten van de commissie een toelage toegekend van de maximale vergoeding per maand, overeenkomstig artikel 3.1.4a, eerste lid van het Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers.
Indien de plaatsvervangend commissievoorzitter de toelage ontvangt, dan stopt gedurende die vervanging de toelage van de commissievoorzitter die vervangen wordt.
Artikel 3
Toelage raadslid onderzoekscommissie, bijzondere commissie en commissievoorzitters
Onderdeel van Verordening rechtspositie raads- en commissieleden gemeente Kampen 2019