Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Vrijstellingen

Onderdeel van Verordening hondenbelasting 2020

1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren. 2. De belasting wordt niet geheven voor honden: a) die bij een daarvoor geaccrediteerd instituut zijn opgeleid tot blindengeleidehond en daadwerkelijk dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door de houder, of lid van het huishouden, met een visuele beperking worden gehouden; b) die bij een daarvoor geaccrediteerd instituut zijn opgeleid tot hulphond en daadwerkelijk dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door de houder, of lid van het huishouden, met een motorische beperking worden gehouden c) die verblijven in een hondenasiel; d) die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij samen met de moederhond worden gehouden; e) waarvan de houder in het bezit is van een geldig diploma of een verklaring van geschiktheid van de Koninklijke Nederlandse Politiehondenvereniging, mits de houder zich verbindt zijn hond met een geleider, aan wiens bevelen de hond gehoorzaamt, op aanvraag ter beschikking van de politie te stellen.

Rechtspraak bij dit artikel