Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 13.

Vergoeding VVE-plaats

Onderdeel van Subsidieregeling Peuterwerk en voorschoolse educatie (VVE)

Het college stelt jaarlijks de maximale vergoeding vast die voor een VVE-plaats wordt verstrekt. Dit bedrag is inclusief overheadkosten, maar exclusief opleidingskosten. De maximale vergoeding per VVE-plaats in 2020 voor peuters van ouders die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag is als volgt. Tot 1-8-2020 zijn alle vier varianten mogelijk. Met ingang van 1-8-2020 zijn alleen de varianten b en d mogelijk. De onderstaande vergoedingen zijn gebaseerd op 12 maanden. Voor de periode 1 januari tot en met 31 juli bedraagt de vergoeding derhalve 7/12 van het genoemde bedrag. Voor de periode 1 augustus tot en met 31 december bedraagt de vergoeding 5/12 van het genoemde bedrag. € 4.128 voor een VVE-plaats van 10 uur (mogelijk tot 1 augustus 2020); € 6.604 voor een VVE-plaats van 16 uur; € 4.334 voor een VVE-plaats van 10 uur voor kinderen van statushouders en azc-bewoners (mogelijk tot 1 augustus 2020). € 6.934 voor een VVE-plaats van 16 uur voor kinderen van statushouders en azc-bewoners. Het subsidiebedrag voor VVE voor ouders die in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag bedraagt ten hoogste de onder lid 2 genoemde tarieven maal het door de kinder- opvangorganisatie bij de aanvraag opgegeven uren. Het aantal te subsidiëren uren bedraagt maximaal de helft van het aantal uren VVE dat wordt aangeboden.

Rechtspraak bij dit artikel