In afwijking van artikel 14, eerste lid, van de Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren, dient een subsidieontvanger van een subsidie tot en met € 10.000 uiterlijk 13 weken nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in.
Een aanvraag tot vaststelling, zoals bedoeld in artikel 16, eerste lid van de Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren, omvat een inhoudelijk en financieel verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. Het inhoudelijk verslag bevat een overzicht van het aantal bezette peuter- en VVE plaatsen.
Een aanvraag tot vaststelling bevat, in aanvulling op artikel 15, tweede lid en artikel 16, tweede lid, letter a, van de Algemene Subsidieverordening De Fryske Marren, een overzicht van de daadwerkelijk bezette VVE- en kindplaatsen, overeenkomstig de in artikel 9 en artikel 14 van deze regeling gehanteerde onderverdeling.
In het geval er minder peuters gebruik hebben gemaakt van peuteropvang dan wel VVE wordt het subsidiebedrag naar rato lager vastgesteld.
Hoofdstuk 4.
Artikel 18.
Verantwoording
Onderdeel van Subsidieregeling Peuterwerk en voorschoolse educatie (VVE)