Naar hoofdinhoud
1.. Het college neemt het perspectiefplan en/of indien aanwezig het familiegroepsplan als uitgangspunt voor de beoordeling van een aanvraag voor een individuele voorziening, 2.. Een jeugdige en/of zijn ouder(s) komen in aanmerking voor een individuele voorziening, indien: een individuele voorziening nodig is gezien de aard en ernst van de hulpvraag; de jeugdige zelf, op eigen kracht, waaronder gebruikelijke hulp, of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen afdoende oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; er geen oplossing gevonden kan worden voor de hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een algemene voorziening of er geen oplossing gevonden kan worden voor de hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening. 3.. Het college kent eveneens een individuele voorziening toe wanneer er sprake is van een verwijzing zoals bedoeld in artikel 5,6 en 7 van deze verordening. 4.. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de meest passende voorziening. 5.. Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 2.3.1 tot en met 2.3.5 van de wet of een inwoner in aanmerking komt voor een individuele voorziening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel