In deze verordening wordt verstaan onder:
a.
begraafplaats
:
de Zuiderbegraafplaats te Drachten, de begraafplaats "Slingehof" te Drachten, de begraafplaats “De Wâldhof” te Opeinde en begraafplaats “Jezus leeft” te Drachtstercompagnie;
b.
graf
:
een zandgraf of keldergraf
c.
particulier graf
:
een graf, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
– het doen begraven en begraven houden van lijken;
– het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
– het doen verstrooien van as;
d.
kindergraf
:
een graf met een lengte van maximaal 200 cm en een breedte van maximaal 125 cm;
e.
grafkelder
:
een betonnen of gemetselde constructie waarin een of meerdere lijken worden begraven of asbussen worden bijgezet;
f.
particulier urnengraf
:
een graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:
– het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
– het doen verstrooien van as;
g.
particuliere urnennis
:
een nis, inclusief gedenkplaat, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen;
h.
particuliere strooivak
:
een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend om daarop as te doen verstrooien;
i.
particulier sierurnveld
:
een plaats waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het bijzetten en bijgezet houden van een sierurnen;
j.
strooiveld
:
een plaats waarop as wordt verstrooid;
k.
algemeen graf
:
een graf bij de gemeente in beheer waarin gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken;
l.
(sier)urn
:
een voorwerp ter berging van één of meer asbussen;
m.
asbus
:
een bus ter berging van as van een overledene;
n.
gedenkteken
:
voorwerp op een graf voor het aanbrengen van opschriften of figuren, daaronder begrepen kettingen en hekwerken;