**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren, tenzij het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer.
**2..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.
**3..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt is de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
**4..** Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, bestaat, uitsluitend op schriftelijk verzoek, aanspraak op ontheffing voor de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
Artikel 6
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen Bloemendaal 2020