Naar hoofdinhoud

Artikel 6

Wijze van heffing en termijn van betaling

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2020

De belasting genoemd in artikel 1, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. Als voldoening op aangifte wordt aangemerkt het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur op de daartoe bestemde wijze en met inachtneming van de door het college van burgemeester en wethouders gestelde voorschriften. De belasting genoemd in artikel 1, onderdeel b, wordt geheven door middel van een gedagtekende kennisgeving en moet worden betaald op het tijdstip waarop deze wordt gedaan of uitgereikt. Voldoen via een daartoe afgegeven machtiging tot automatische incasso wordt hier met betalen gelijkgesteld. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, als het bij de aanvang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een telefoon inloggen op de centrale computer. Een naheffingsaanslag moet worden betaald binnen de termijn die op de naheffingsaanslag dan wel het verzoek tot betaling is vermeld.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel