Het havengeld wordt niet geheven ter zake van:
vaartuigen, die van een zich in de gemeente bevindende scheepswerf zijn te water gelaten en vaartuigen, die aan het terrein van een zodanige scheepswerf worden hersteld, een en ander voor zover er niet mee wordt gevaren;
vaartuigen in gebruik van gemeente-, provinciale-, en rijksdienst;
baggermachines en vaartuigen, die daarbij gebezigd worden voor het vervoer van baggerspecie gedurende de tijd, dat zij binnen het gebied van de gemeente werken;
doorvarende vrachtschepen, die aanleggen, mits niet langer dan twaalf uren en zij niet laden of lossen;
hospitaalschepen in gebruik als vakantieschepen ten behoeve van zieken en gehandicapten ( ziekengastschepen ).
Artikel 8
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van havengeld 2020.