In de gevallen waarin de gemeente een vergunning heeft verleend voor het hebben van het voorwerp of de voorwerpen onder, op of boven voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, is het belastingtijdvak de periode waarvoor de vergunning is verleend, met dien verstande dat bij een kalenderjaar overschrijdende geldigheidsduur van de vergunning het belastingtijdvak gelijk is aan het kalenderjaar.
In afwijking van het eerste lid, is voor de nummers 3 en 4 van de tarieventabel het belastingtijdvak een kwartaal.
In andere dan de in het eerste en tweede lid bedoelde gevallen, is het belastingtijdvak de in het kalenderjaar gelegen aaneengesloten periode gedurende welke zich een belastbaar feit in de zin van deze verordening zich voordoet of heeft voorgedaan.
Indien na het opleggen van een aanslag of het verzenden van een nota aannemelijk wordt gemaakt, dat het belastbare feit zich slechts gedurende een gedeelte van het voor de berekening van de belasting in aanmerking genomen belastingtijdvak voordoet of zal voordoen, wordt op verzoek ontheffing verleend, indien deze € 5,00 of meer bedraagt en voor zover het betreft:
een tariefstelling per maand of per jaar over de resterende maanden van dat tijdvak;
een tariefstelling per dag of per week over de resterende dagen van het tijdvak.
Artikel 7
Belastingtijdvak
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2020.