De belastingschuld ontstaat bij de aanvang van het belastingtijdvak of, indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, bij de aanvang van de belastingplicht.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak aanvangt, of de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak uitbreidt, is het recht respectievelijk het hogere recht door de uitbreiding van de belastingplicht, verschuldigd voor zoveel dertiende gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het tijdstip van de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de uitbreiding van de belastingplicht, nog marktdagen in dat belastingtijdvak overblijven.
Indien de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak eindigt, of de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak vermindert, kan aanspraak op ontheffing worden gemaakt over zoveel dertiende gedeelten van het voor dat tijdvak verschuldigde recht als er in dat belastingtijdvak, na het tijdstip van de beëindiging van de belastingplicht, respectievelijk de vermindering van de belastingplicht, nog marktdagen in dat belastingtijdvak overblijven.
Artikel 7
Ontstaan van de belastingschuld en bepalingen omtrent aanvang en einde van de belastingplicht in de loop van het belastingtijdvak
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van marktgeld 2020