Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 4.1.1

Afwegingskader wonen en verhuizen

Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2015

Hieronder wordt beschreven hoe het college afwegingen maakt rondom woonvoorzieningen. Bij bouwkundige ingrepen werkt het college altijd met een programma van eisen, zo nodig opgesteld door een extern adviseur. Voor de uitvoering hiervan zijn twee offertes nodig. Als uitbreiding van de woning de goedkoopst passende oplossing is voor de ondersteuningsbehoefte van de cliënt, maakt het college een keuze tussen een aanbouw of een herbruikbare unit. In het geval van progressieve ziekte onderzoekt het college eerst of een woonunit een passende oplossing is. Wanneer de cliënt van plan is vanuit een geschikte woning naar een ongeschikte woning te verhuizen moet de cliënt vooraf contact opnemen met de gemeente om te overleggen over de mogelijkheden. Wanneer de cliënt is verhuisd vanuit een geschikte woning naar een ongeschikte woning, indiceert het college hier in principe geen nieuwe maatwerkvoorziening op het gebied van wonen, tenzij er een belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is en er geen andere geschikte woning beschikbaar is. Een belangrijke reden kan zijn: het aanvaarden van een nieuwe baan in een andere gemeente; een echtscheiding; een huwelijk. Wanneer een cliënt een transferhulpmiddel langdurig nodig heeft kan deze hem of haar mogelijk vanuit de Wmo verstrekt worden. Wanneer er sprake is van zorg voor een beperkte of onzekere duur of wanneer het transferhulpmiddel gericht is op het verplaatsen in bed kan de cliënt gebruik maken van de Zvw. Wanneer een cliënt een aanpassing van een woonwagen of woonschip aanvraagt, onderzoekt het college altijd hoelang de standplaats of ligplaats nog ter beschikking blijft voor de cliënt. Hiermee wordt een afweging gemaakt of een aanpassing van een woonwagen of woonschip een langdurig passende oplossing biedt. Wanneer een cliënt in een wooncomplex dat specifiek bedoeld is voor ouderen of personen met een lichamelijke beperking woont, dan verwacht het college dat dit wooncomplex voldoet aan de basiseisen van toegankelijkheid voor deze doelgroepen. De eigenaar van de woning is in deze gevallen ook verantwoordelijk voor woonvoorzieningen in de gemeenschappelijke ruimte. Hier kent het college geen woonvoorzieningen van bouwkundige of woontechnische aard voor toe. Wanneer de cliënt in een wooncomplex woont en de algemene ruimte van dat wooncomplex is voor de cliënt niet bereikbaar of toegankelijk, dan kan het college besluiten om op de persoon gerichte aanpassingen aan te laten brengen.

Rechtspraak bij dit artikel