Een scootmobiel kan een oplossing zijn voor vervoersbehoeften op korte en middellange afstanden. Hiervoor geldt een aantal voorwaarden:
Rijvaardigheid
Voor een scootmobiel moet de cliënt de rijvaardigheid van een beginnend bestuurder hebben. Het college onderzoekt voor verstrekking de rijvaardigheid van de cliënt. Ook na verstrekking kan het college in het kader van een heronderzoek de rijvaardigheid onderzoeken. Wanneer de cliënt niet langer de rijvaardigheid heeft die nodig is, trekt het college de indicatie in en moet de cliënt het voertuig inleveren.
Wanneer een cliënt niet de nodige rijvaardigheid bezit maar wel in staat is dit te leren, kan het college lessen indiceren.
Stallingsruimte
Voor het gebruik van een scootmbiel moet de cliënt geschikte stallingsruimte of mogelijkheden om deze te realiseren hebben. Een geschikte stallingsruimte is droog en afgesloten. Dit kan bijvoorbeeld een tuin of een schuur zijn. Een hal of parkeergarage van een appartementencomplex kan ook een geschikte stallingsruimte zijn. De veiligheid van het complex mag niet in gevaar worden gebracht door het parkeren van de scootmobiel. Het college kan een maatwerkvoorziening voor het realiseren van een geschikte stallingsruimte indiceren.