Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5

Artikel 5.2.2

Welke vorm van Dagbesteding is een passende oplossing?

Onderdeel van Beleidsregels Wmo 2015

Wanneer duidelijk is dat een maatwerkvoorziening die voorziet in dagactiviteit een passende oplossing is, maakt het college de afweging welk ondersteuningsproduct wordt geïndiceerd. Dit is van belang voor de inhoud van de dagactiviteit, welke expertise de aanbieder inzet en het tarief dat de aanbieder ontvangt. Welk ondersteuningsproduct de meest passende oplossing is, is vooral afhankelijk de ondersteuningsbehoefte van de cliënt en de grondslag voor de indicatie. In eerste instantie kijkt het college naar de grondslag van de ondersteuningsbehoefte. Hiervoor kunnen vier verschillende ondersteuningsproducten worden ingezet: Geestelijke gezondheid – Langdurig Zorgafhankelijk (GZZ-LZA). Hier wordt de dagactiviteit GGZ – LZA voor ingezet. Verstandelijke beperking. Hier wordt onderscheid gemaakt in licht, midden en zwaar. Licht: De cliënt kan functioneren in een grotere groep en vraagt weinig persoonlijke aandacht. Midden: De cliënt kan niet in een te grote groep functioneren, heeft een beetje persoonlijke aandacht en lichte aansturing bij de persoonlijke verzorging op de dagbesteding nodig. Zwaar: De cliënt heeft één op één begeleiding, veel persoonlijke aandacht en hulp bij de persoonlijke verzorging nodig. Lichamelijke beperking. Hieronder vallen ook cliënten met niet-aangeboren hersenletsel (NAH). Hier wordt onderscheid gemaakt in licht, midden en zwaar. Licht: De cliënt kan functioneren in een grotere groep en vraagt weinig persoonlijke aandacht. Midden: De cliënt kan niet in een te grote groep functioneren, heeft een beetje persoonlijke aandacht en lichte aansturing bij de persoonlijke verzorging op de dagbesteding nodig. Zwaar: De cliënt heeft één op één begeleiding, veel persoonlijke aandacht, hulp bij de persoonlijke verzorging en bij het maken van transfers nodig. Regulier. Hieronder vallen met name cliënten die aan ouderdom gerelateerde ondersteuningsbehoeften, zoals dementie, hebben. Ook somatische klachten vallen onder regulier. Hier wordt onderscheid gemaakt in dagbesteding, psychogeriatrisch en somatisch ondersteunend. Dagbesteding: Deze vorm van dagbesteding lijkt qua zwaarte op de lichte vormen voor dagbesteding voor cliënten met een lichamelijke of verstandelijke beperking. De cliënt heeft niet veel persoonlijke aandacht nodig, kan zelfstandig transfers maken en heeft niet meer dan enige ondersteuning nodig met betrekking tot persoonlijke verzorging. Module cliëntkenmerk (psychogeriatrisch).: De cliënt heeft een intensieve begeleidingsbehoefte en behoefte aan persoonlijke verzorging tijdens het dagprogramma. Module cliëntkernmerk (somatisch ondersteunend): De cliënt heeft op de dagbesteding hulp nodig bij het maken van transfers en persoonlijke verzorging.

Rechtspraak bij dit artikel