In deze verordening wordt verstaan onder:
perceel:
de onroerende zaak, bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken;
een binnen de gemeente gelegen roerende zaak;
een gedeelte van een roerende zaak dat blijkens zijn indeling is bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer roerende zaken of in onderdeel 3 bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren.
het binnen de gemeente gelegen deel van de in onderdeel 2 bedoelde roerende zaak, van een in onderdeel 3 bedoeld gedeelte daarvan of van een in onderdeel 4 bedoeld samenstel.
‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;
gft-afval: groente-, fruit- en tuinafval;
huishoudelijk restafval: afval afkomstig uit particuliere huishoudens, dat overblijft na scheiding in andere deelstromen als bedoeld in artikel 7 lid 2 en 3 van de Afvalstoffenverordening gemeente Oldenzaal 2017;
container: de vanwege de gemeente uitgezette ophaalbakken, onderverdeeld in de verschillende volumina;
verzamelcontainer: de vanwege de gemeente geplaatste verzamelcontainers, die kunnen worden ontsloten door de milieupas;
grove huishoudelijke afvalstoffen: huishoudelijke restafvalstoffen die met enige regelmaat in een huishouden vrij komen, doch die te groot en/of te zwaar zijn om op dezelfde wijze als andere huishoudelijke afvalstoffen aan de inzameldienst te worden aangeboden;
grof tuinafval: tuinafval, dat met enige regelmaat in een huishouden vrij komt, doch dat te groot en/of te zwaar is om op dezelfde wijze als gft-afval aan de inzameldienst te worden aangeboden;
milieupas: een vanwege de gemeente verstrekte pas, ten behoeve van de ontdoening van afvalstoffen op het afvalbrengpunt of gebruikmaken van een ondergrondse container.