Het college verstrekt een persoonsgebonden budget in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet en in overeenstemming paragraaf 4 van de verordening indien:
de jeugdige of zijn ouders naar het oordeel van het college op eigen kracht voldoende in staat zijn tot een redelijke waardering van de belangen ter zake dan wel met hulp uit hun sociale netwerk dan wel van een curator, bewindvoerder, mentor, gemachtigde, gecertificeerde instelling of aanbieder van gesloten jeugdhulp, in staat zijn de aan het budget verbonden taken op verantwoorde wijze uit te voeren, en;
de jeugdige en zijn ouders zich gemotiveerd op het standpunt stellen dat zij de individuele voorziening die wordt geleverd door een door het college voorgestelde aanbieder, niet passend achten, en;
naar het oordeel van het college is gewaarborgd dat de jeugdhulp die tot de individuele voorziening behoort en die de jeugdige en zijn ouder van het persoonsgebonden budget willen betrekken, van goede kwaliteit is.
Het college verstrekt geen persoonsgebonden budget, indien er sprake is van bezwaren van overwegende aard. Deze bezwaren zijn er in ieder geval onder de volgende omstandigheden (niet limitatieve opsomming).
Het college is van oordeel dat niet kan worden voldaan aan de eis van goede kwaliteit uit lid 1 onder c in dit artikel bij de inzet van crisishulp, crisisopvang en spoedeisende zorg en verstrekt in deze gevallen dan ook geen persoonsgebonden budget.
Het college is van oordeel dat niet kan worden voldaan aan de eis van goede kwaliteit uit lid 1 onder c in dit artikel bij (dag)behandeling en ambulante jeugdhulp verleend door het sociale netwerk en verstrekt in deze gevallen dan ook geen persoonsgebonden budget.
Het college verstrekt geen persoonsgebonden budget voor de opvang van een kind door een pleegouder, wel kan het college een persoonsgebonden budget verstrekken voor jeugdhulp die een kind nodig heeft naast deze opvang.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
Verstrekking persoonsgebonden budget
Onderdeel van Beleidsregels jeugdhulp 2019 gemeente Gooise Meren