**1..** De bestuursorganen van de dienst worden bijgestaan door een directeur, die in de vergaderingen van het algemeen en het dagelijks bestuur een adviserende stem heeft. Hij vervult de functie van secretaris van het algemeen en het dagelijks bestuur.
**2..** De directeur wordt benoemd, geschorst en ontslagen door het dagelijks bestuur.
**3..** De directeur is hoofd van de dienst en belast met de dagelijkse leiding van de dienst.
**4..** De directeur ondertekent mede alle stukken die van het algemeen en dagelijks bestuur uitgaan.
**5..** De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de directeur worden vastgelegd in een directiestatuut. Het directiestatuut wordt vastgesteld door het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur ieder voor wat betreft de eigen bevoegdheid.
**6..** De directeur is verantwoording verschuldigd aan het dagelijks bestuur.
HOOFDSTUK 6
Artikel 21